Verslag van de workshop gegeven door Pierke Bosschieter voor de STIC. Workshop vond plaats in Amersfoort, Zalencentrum Centraal, Stationsplein 17, 5 februari, 2010Verslag is van de hand van Barbara PhilipsenWorkshop IndexerenEen index is een zoekmachine op papier, meestal achterin een boek van semi-wetenschappelijke aard. Als je meedoet aan Twee voor Twaalf is het handig dat je in de encyclopedie op trefwoord in de index kunt zoeken. Een index lijkt op een inhoudsopgave, die je heel makkelijk uit een boekwerk kunt genereren. Na de uitgebreide presentatie van Pierke Bosschieter neem je je heilig voor om alle aannames over indexen meteen te laten vallen. Want een index is handwerk, je moet kunnen snellezen en het vergt dat je zowel een scherpe tekstanalyst als een logistiek organisator bent. Het lijkt nog het meest op wat monniken deden voordat de boekdrukkunst was uitgevonden, zoals een deelnemer aan de workshop verzuchtte. Pierke maakt indexen voor een breed scala aan onderwerpen. Ingewikkelde wiskundige beschrijvingen leveren de nodige problemen op als je de samenhang in de tekst niet kunt volgen. Een goede index is kort en bondig met alleen trefwoorden op een pagina, geen lidwoorden of voorzetsels. De notatie van de verwijzing luistert heel nauw: waarvoor gebruik je een komma en een liggend streepje, wanneer gebruik je vet of schuin. Kies je voor een chronologische opsomming, dan moet je sommige belangrijke trefwoorden vaker gebruiken. Ga je voor de standaard alfabetische volgorde, hoe ga je de synoniemen erin plaatsen? Gebruik je kruisverwijzingen, hoe gebruik je ‘zie’ en wanneer ‘zie ook’ en wat is het verschil? Ben je eenmaal met een index begonnen, dan kan het gebeuren dat je na drie pagina’s trefwoorden uitwerken misschien wel een andere invalshoek voor de structuur moet kiezen. Want ook voor indexeren is het nodig dat je begrijpt voor wie je de index maakt en waar het boek over gaat. Je schrijft als het ware ‘met de schrijver mee’ om diens werk te ontsluiten voor diens lezers. Voor vertaald werk gelden weer andere normen. Iedere taal heeft eigen grammaticaregels en woordcombinaties. Een index moet dus per taaluitgave worden gemaakt. Na vertaling is de vindplek van het trefwoord gewijzigd en dus ook de verwijzingen en synoniemen.
Tijdens haar presentatie wijst Pierke erop dat wij als technisch communicatoren het beste zelf de index kunnen maken voor de boeken die we opleveren. Ze legt uit dat een technische tekst door de structuur van de tekst veel aanknopingspunten voor een index biedt. daarnaast legt Pierke ook uitgebreid uit dat het belangrijk is dat je voldoende tijd krijgt om de index te maken en aangeeft aan de uitgever hoeveel ruimte er in het boek gereserveerd moet worden. Ze toont een aantal voorbeelden van software voor het genereren van indexen. Of je daarvoor Excel gebruikt of speciaal ontworpen software, iedereen maakt daar een eigen keuze in. Om aan een bepaalde kwaliteitsnorm te voldoen kun je geaccrediteerd worden volgens de ISO-norm 999:1996, een nogal kostbaar proces. Voor technisch communicatoren zijn aparte normen geformuleerd in het boek Indexing for Technical Communicators door Max McMasters.
Op haar website http://www.isbnindex.nl/index.htm kun je alles vinden over het maken van indexen. De presentatie van de workshop zal op de STIC-site worden geplaatst. Wil je na lezing meer informatie, "stuur me dan gerust een mailje" zo sloot Pierke de workshop af. Voor mij persoonlijk heeft deze workshop tot gevolg, dat ik me voorneem zo snel mogelijk een aantal ervaren indexeerders te zoeken. Mocht ik de vraag om een index krijgen, dan kan ik het uitbesteden aan iemand die de monnikspij wél past...
|